Kinderoefentherapie

KegelWat is Kinderoefentherapie?
Bewegen is essentieel voor de ontwikkeling van een kind. Spelenderwijs oefenen kinderen hun spieren, zintuigen en motoriek. Ongemerkt leren ze zo de vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig hebben. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Maar dat kinderen huppelen, springen en spelenderwijs leren is niet altijd vanzelfsprekend. Sommige kinderen zijn motorisch niet zo handig als andere kinderen. Ook zijn er kinderen die angstig, geremd of gespannen zijn tijdens het bewegen. Dit kan resulteren in een onhandige motoriek of een achterstand in de motorische ontwikkeling. Ook zijn er kinderen waarbij de motorische ontwikkeling niet vanzelfsprekend verloopt, omdat er bijvoorbeeld een beperking is van de zintuigen, het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat.

De kinderoefentherapeut heeft zich gespecialiseerd in de behandeling van kinderen (tot en met 18 jaar) met een motorische ontwikkelingsachterstand, eventueel in combinatie met gedragsproblemen of gedragsstoornissen (zoals ADHD, ASS en DCD). Het doel van de therapie is om het kind spelenderwijs te leren hoe het goed en gezond beweegt en zo meer zelfvertrouwen krijgt waardoor het bewegen makkelijker en plezieriger wordt.

Voor wie is kinderoefentherapie geschikt?
Kinderoefentherapie is aan te raden bij kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand. Kinderoefentherapie wordt onder andere gegeven als een kind:

  • Laat is met kruipen, zitten oSONY DSCf lopen
  • Vaak valt
  • Angstig is in bewegen
  • Onhandig is
  • Druk is en zich slecht kan concentreren
  • Problemen heeft met schrijven
  • Problemen heeft met de ruimtelijke oriëntatie
  • Moeite heeft met het vangen en gooien van een bal
  • Bij sporten (gym) niet mee kan komen

Wat doet de kinderoefentherapeut?
De kinderoefentherapeut observeert, onderzoekt en behandeld, maar geeft ook voorlichting en advies.

Na aanmelding wordt een motorisch onderzoek afgenomen. Er wordt gekeken naar de motorische ontwikkeling van het kind, met als achtergrond de voorgeschiedenis van het kind en de hulpvraag. De onderdelen van de motoriek die aan bod komen zijn evenwicht, grove motoriek, fijne motoriek, ooghand coördinatie, schrijven, lichaamsschema, ruimtelijke oriëntatie en zo nodig de houding. Tijdens het onderzoek wordt een eerste indruk gekregen van het gedrag en het motorisch functioneren van het kind. Factoren als concentratie, impulsiviteit en faalangst worden geobserveerd. De resultaten, behandeldoelen en behandelplan worden weergegeven in een verslag en dit wordt besproken met ouders/verzorgers.

Het individuele behandelplan wordt op een zodanige manier aangeboden da het kind plezier beleeft aan bewegen en zich vaardigheden spelenderwijs eigen maakt. Tijdens de behandeling worden zowel voorwaarden voor, als vaardigheden binnen, de motoriek aangepakt. Hierbij wordt de aanpak aangesloten op de belevingswereld en interesse van het kind. Uitdagen en ondersteunen zijn daarbij sleutelwoorden in de aanpak en begeleiding. Uiteraard wordt er tijdens de periode van behandelen afgestemd met ouders, verzorgers en leerkracht over de vorderingen van de behandeling en over eventuele begeleiding thuis of in de klas.