Sensorisch Informatieverwerkingsprobleem

Omdat er veel verschillende zintuigen zijn, die bij iedereen anders werken, is het lastig om een sensorisch informatieverwerkingsprobleem te herkennen.

Sommige kinderen ervaren sensorische prikkels sterker en reageren er daardoor te heftig op (hyperresponsiviteit). Of er zijn kinderen die dezelfde sensorische prikkels juist minder sterk ervaren en er daardoor te weinig op reageren (hyporesponsiviteit). Het hyperresponsieve kind zal bepaalde bewegingsprikkels uit de weg gaan, omdat het bang is om zijn evenwicht te verliezen en de voorkeur geven aan zittend spel.

Het hyporesponsieve kind voelt de bewegingsprikkels onvoldoende. Hij zal bv. niet op tijd op de bewegingsprikkels reageren en vallen. Of het gaat juist op zoek naar veel (extreme) beweging, zit te wiebelen op zijn stoel en hangt graag ondersteboven in het klimrek, zodat het toch nog bewegingsprikkels kan ervaren.

Stoornissen in de prikkelverwerking en alertheid maken het moeilijk om de wereld goed te begrijpen en belangrijke informatie uit de omgeving te filteren. Het kan leiden tot problemen bij het ontwikkelen van een goed lichaamsgevoel, handelingsinzicht en ruimtelijke oriëntatie. Bij een slecht lichaamsgevoel kan het kind veel moeite hebben om nieuwe motorische vaardigheden aan te leren en te automatiseren.

Oefentherapie Cesar

Kinder oefentherapie

Slaapoefentherapie

Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen. Vaak is zo’n waarneming aanleiding voor ons om iets te doen of juist niet te doen. Maar ook bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen. De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarvan het gevolg is, wordt sensorische integratie genoemd.

Al onze zintuigen werken de hele dag samen om ervoor te zorgen dat we goed reageren op onze omgeving. Ze informeren ons in feite over de wereld om ons heen. Ze laten ons weten dat we bij een groen stoplicht door moeten rijden en ze vertellen ons dat we bij een volle blaas naar de wc moeten. Ze bestaan afzonderlijk van elkaar, maar moeten als een geheel functioneren. Gebeurt dit niet, dan is er sprake van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem.

Alertheid
Alertheid is de mate van oplettendheid. Deze verandert normaal gesproken door de dag heen, tussen slaperig en erg gespannen. Er bestaat een duidelijk verband tussen de alertheid en het vermogen om sensorische prikkels te verwerken. Als we moe of sloom zijn nemen we minder informatie op, evenals wanneer we gestrest zijn.

Omdat er veel verschillende zintuigen zijn, die bij iedereen anders werken, is het lastig om een sensorisch informatieverwerkingsprobleem te herkennen.

Sommige kinderen ervaren sensorische prikkels sterker en reageren er daardoor te heftig op (hyperresponsiviteit). Of er zijn kinderen die dezelfde sensorische prikkels juist minder sterk ervaren en er daardoor te weinig op reageren (hyporesponsiviteit). Het hyperresponsieve kind zal bepaalde bewegingsprikkels uit de weg gaan, omdat het bang is om zijn evenwicht te verliezen en de voorkeur geven aan zittend spel. Het hyporesponsieve kind voelt de bewegingsprikkels onvoldoende. Hij zal bv. niet op tijd op de bewegingsprikkels reageren en vallen. Of het gaat juist op zoek naar veel (extreme) beweging, zit te wiebelen op zijn stoel en hangt graag ondersteboven in het klimrek, zodat het toch nog bewegingsprikkels kan ervaren.

Stoornissen in de prikkelverwerking en alertheid maken het moeilijk om de wereld goed te begrijpen en belangrijke informatie uit de omgeving te filteren. Het kan leiden tot problemen bij het ontwikkelen van een goed lichaamsgevoel, handelingsinzicht en ruimtelijke oriëntatie. Bij een slecht lichaamsgevoel kan het kind veel moeite hebben om nieuwe motorische vaardigheden aan te leren en te automatiseren.

Sensorische informatieverwerking, wat is dat precies?

Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen. Vaak is zo’n waarneming aanleiding voor ons om iets te doen of juist niet te doen. Maar ook bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen. De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarvan het gevolg is, wordt sensorische integratie genoemd.

Al onze zintuigen werken de hele dag samen om ervoor te zorgen dat we goed reageren op onze omgeving. Ze informeren ons in feite over de wereld om ons heen. Ze laten ons weten dat we bij een groen stoplicht door moeten rijden en ze vertellen ons dat we bij een volle blaas naar de wc moeten. Ze bestaan afzonderlijk van elkaar, maar moeten als een geheel functioneren. Gebeurt dit niet, dan is er sprake van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem.

Alertheid
Alertheid is de mate van oplettendheid. Deze verandert normaal gesproken door de dag heen, tussen slaperig en erg gespannen. Er bestaat een duidelijk verband tussen de alertheid en het vermogen om sensorische prikkels te verwerken. Als we moe of sloom zijn nemen we minder informatie op, evenals wanneer we gestrest zijn.

Heeft mijn kind een sensorisch informatieverwerkingsprobleem?

Omdat er veel verschillende zintuigen zijn, die bij iedereen anders werken, is het lastig om een sensorisch informatieverwerkingsprobleem te herkennen.

Sommige kinderen ervaren sensorische prikkels sterker en reageren er daardoor te heftig op (hyperresponsiviteit). Of er zijn kinderen die dezelfde sensorische prikkels juist minder sterk ervaren en er daardoor te weinig op reageren (hyporesponsiviteit). Het hyperresponsieve kind zal bepaalde bewegingsprikkels uit de weg gaan, omdat het bang is om zijn evenwicht te verliezen en de voorkeur geven aan zittend spel. Het hyporesponsieve kind voelt de bewegingsprikkels onvoldoende. Hij zal bv. niet op tijd op de bewegingsprikkels reageren en vallen. Of het gaat juist op zoek naar veel (extreme) beweging, zit te wiebelen op zijn stoel en hangt graag ondersteboven in het klimrek, zodat het toch nog bewegingsprikkels kan ervaren.

Stoornissen in de prikkelverwerking en alertheid maken het moeilijk om de wereld goed te begrijpen en belangrijke informatie uit de omgeving te filteren. Het kan leiden tot problemen bij het ontwikkelen van een goed lichaamsgevoel, handelingsinzicht en ruimtelijke oriëntatie. Bij een slecht lichaamsgevoel kan het kind veel moeite hebben om nieuwe motorische vaardigheden aan te leren en te automatiseren.

Wat doet Kinderoefentherapie bij een sensorisch informatieverwerkingsprobleem?

De hulpvraag van het kind en zijn omgeving (ouders, school) staat centraal in de behandeling en is altijd in nauw overleg met degenen die bij de hulpvraag betrokken zijn. Na een uitgebreid sensomotorische informatieverwerkingsonderzoek wordt bekeken of er sprake is van een disbalans in de verwerking van de zintuiglijke informatie.

De behandeling is erop gericht de motorische ontwikkelingsmogelijkheden van een kind te vergroten zodat het kind beter functioneert in zijn omgeving. De behandeling is spel voor het kind. Het kind moet het ook leuk vinden en zelf op ontdekking gaan. De therapeut zorgt ervoor dat het kind tijdens het spel de juiste sensorische informatie opdoet en kan verwerken, zodat het kind op een juiste manier kan reageren. Het doel is verandering te brengen in de manier waarop het zenuwstelsel van het kind de sensorische informatie organiseert, zodat het kind beter in staat is tot interactie met de wereld om hem heen. Interactie houdt in: leren op school, omgaan met leeftijdsgenoten, aandacht kunnen richten op een opdracht, zelfverzorging, motorische coördinatie, etc.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de praktijk.
Jolanda de Graaf en Barbara Prud’homme van Reine zijn gespecialiseerde SI therapeuten.